Suïcidepreventie
Suïcidepreventie is een cruciaal veiligheidsthema in de geestelijke gezondheidszorg. Ons beleidsplan suïcidepreventie wordt jaarlijks geëvalueerd en bijgestuurd door de stuurgroep Veilige Zorg. Het fundament van het suïcidepreventiebeleid binnen OPZ Geel is een gemeenschappelijk gedragen visie. Uitgangspunten in onze visie op suïcidepreventie zijn:
- We geloven in preventiemogelijkheden; hetgeen niet wil zeggen dat elke zelfdoding voorkomen kan worden.
- Suïcidaliteit dient een centrale plaats te krijgen in de behandeling en steeds opgenomen te zijn in het behandelplan.
- Suïcidepreventie is een opdracht van al onze medewerkers.
- Het vraagt een brede benadering met aandacht voor primaire, secundaire en tertiaire preventie en volgehouden inzet op alle niveaus van de organisatie.
Primaire preventie
We werken aan een kwaliteitsvolle zorgomgeving met deskundig personeel. Interne richtlijnen rond suïcidepreventie ondersteunen professionele praktijkvoering. Deze zijn gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke en klinische inzichten en conform het inspectiekader. Er is een systematisch vormingsaanbod voor onze medewerkers en een klinische ladder suïcidepreventie. In de praktijk betekent dit dat er op verschillende niveaus in het zorgcentrum zorgverleners met een bijzondere expertise over suïcidepreventie aan de slag zijn. Op teamniveau is er minstens één medewerker die extra aandacht heeft voor het thema, opvolgt welke noden er zijn en mee zorgt voor toepassing van de richtlijnen. Per doelgroep (Jongeren, Volwassenen en Ouderen) is er een referentiepersoon die een gedeelte van de werktijd voor suïcidepreventie vrijgesteld is. Zij geven vorming, ondersteunen teams en coachen de antennepersonen. Op organisatieniveau is er een verpleegkundig specialist die het thema volgt (ontwikkelingen, onderzoek, kennisnetwerk, netwerkcontacten, coaching referentiepersonen, analyse en dergelijke). We denken proactief na over het suïcideveilig maken van de zorgomgeving door potentiële risico’s ten aanzien van suïcidepogingen en suïcides in kaart te brengen. Hiervoor hanteren we een systematiek die niet enkel aandacht heeft voor onze infrastructuur en materialen, maar ook voor het proces van suïcidepreventie in onze zorg.
Secundaire preventie
We streven naar tijdige opsporing van en gepaste, veilige zorg voor suïcidale personen. Er wordt ingezet op het tijdig detecteren van suïcidaliteit door op alle transitiemomenten en bij signalen, suïcidaliteit actief te bevragen en breed te exploreren. De suïcidaliteit wordt geëvalueerd met behulp van de preventieve risicoformulering. Ons uitgangspunt is dat suïcidaliteit prioriteit dient te krijgen in de behandeling en dient opgenomen te worden in het behandelplan. Daarnaast is het werken met een signaleringsplan met geïntegreerd veiligheidsplan een belangrijke interventie bij elke suïcidale persoon. Veiligheid op maat staat voorop, geen streven naar standaardaanpak dus, wel interventies op maat van de persoon en de ernst van de suïcidaliteit. Veiligheid vraagt een brede benadering en gaat veel breder dan ‘beveiligen’; bijvoorbeeld door het doorbreken van isolement van de suïcidale persoon, het in gesprek gaan over suïcidaliteit, contact maken, verhoogd contact eerder dan verhoogd toezicht, samen zoeken naar wat voor (on)veiligheid zorgt, verhoogd therapeutisch aanbod, uitwerken van een veiligheidsplan, inoefenen van strategieën in crisissituatie … Teams hebben de mogelijkheid tot consultvraag bij complexe zorgsituaties.
Tertiaire preventie
We beogen gepaste zorg voor alle betrokkenen van een suïcidaal incident, opvang en ondersteuning alsook preventie van herhaling. Interne richtlijnen bieden houvast om adequate zorg en ondersteuning te bieden aan alle betrokken personen na een incident. Elke suïcidepoging en suïcide van een patiënt in zorg wordt gerapporteerd. Bij een suïcidepoging met ernstige schade en bij elke suïcide wordt samen met alle betrokkenen een analyse uitgevoerd, niet vanuit een schuldvraag, wel vanuit leren uit een incident, breed en oordeelvrij samen kijken of er mogelijkheden zijn om onze zorg in de toekomst veiliger te maken voor alle betrokkenen. Naast de deelname aan het Vlaams Indicatoren Project (VIP²) voor het thema suïcidepreventie, worden cijfers van suïcidepogingen en suïcides jaarlijks opgevolgd en op alle niveaus van de organisatie besproken en geëvalueerd (o.a. afdeling, divisieoverleg, stuurgroep veilige zorg, comité patiëntveiligheid) in functie van bijstelling van ons beleid waar nodig.
Wilt u meer weten? Beluister de podcast De OPZ Praatgazet – afleveringen suïcidepreventie
Met vragen over het suïcidepreventiebeleid van OPZ Geel kunt u terecht op het mailadres: suicidepreventie@opzgeel.be.